woensdag 8 mei 2019

Braziliaanse Kronieken VI: Liefde is proza, seks is poëzie


De serie Braziliaanse Kronieken is geïnspireerd op een kroniek van Conceição Freitas die haar favoriete kronieken op een rijtje zette. Na vertalingen van kronieken van o.a. Rubem Braga en Carlos Heitor Cony, vandaag Arnaldo Jabor. Deze filmmaker en scenarioschrijver uit Rio de Janeiro gaat los op het verschil tussen liefde en seks. 
Ik hoop dat deze kronieken, observaties van het dagelijks leven, voor jullie lezers een mooi beeld oproepen van Brazilië. Niet de toeristische highlights, maar juist van de Braziliaan en zijn/haar dagelijkse beslommeringen. De Engelse les van Braga, Cony's liefde voor zijn hond, of het geleuter aan het strand; het zijn observaties van het dagelijks leven zoals we die allemaal wel herkennen, maar waarin net een Braziliaanse twist zit. Moeilijk te benoemen wat dat nou precies is. Laten we voor dit moment Jabor volgen in zijn gedachtestroom en oprechte vertwijfeling aan het eind.


Liefde is proza, seks is poëzie
Door: Arnaldo Jabor (vert. J. Kleverlaan)

Ter inspiratie voor mijn stuk in de krant ging ik zaterdag wandelen op het strand. Op de stoep van Leblon kwam ik twee vriendinnen tegen.
-        Jouw artikel over liefde gaf me een enorme  wow… - zei een van hen.
-        Die over die schurende vrouwen ook… en nu we het er toch over hebben: wat heb jij eigenlijk tegen vrouwen die bepaalde lichaamsdelen depileren? – vroeg de ander.
-        Niets – antwoordde ik. – Ik vind het mooi, maar het lukt me niet om daar, bij die delen, een snorretje sexy te vinden… ik moet denken aan… aan het snorretje van Hitler, of van Sarney… Denk eens aan een Sarneytje bij een naakt model… Daarom, denk ik, ga ik weer over seks schrijven…
Een van de dames (single en poëtisch) zei:
-        Seks en liefde zijn hetzelfde…
De ander (getrouwd en praktisch) riposteerde:
-        Die zijn echt niet hetzelfde…
Nietes, welles, nietes, er ontstond een heerlijk polemiekje, daar aan de rand van het strand. Ik vervolgde mijn ronde en liet die twee schatten discussiëren en hun kokoswater drinken. Ik besloot te schrijven over de oude twee-eenheid: seks en liefde. Ik begon vrienden en vriendinnen te ondervragen. Niemand die het precies wist. De twee cohabiteren, neigen ofwel naar hypocriet, ofwel naar cynisme; niemand weet van de kip of het ei. Het viel op dat de meer ‘subtielen’ de liefde verdedigden, als iets ‘superieurs’. Voor de meer praktisch ingestelden is seks het enige concrete. Zo gezegd, doe ook ik een duit in het zakje.
Liefde heeft een tuin, afbakening, een project. Seks invadeert dat alles. Seks is onwettelijk. Liefde hangt af van onze behoefte, het is een gemaakt construct. Seks is niet afhankelijk van behoefte: onze behoefte wordt er juist door genomen. Niemand masturbeert uit liefde. Niemand lijdt onder spanning. Seks is een behoefte om liefde te sussen. Liefde is een soort dank na de daad voor het plezier dat seks geeft.
De liefde komt later, de seks eerst. In liefde verliezen we het hoofd, geheel expres. Bij seks verliest het hoofd ons. Liefde heeft behoefte aan denken.
Bij seks zitten gedachten maar in de weg; slechts fantasie helpt. Liefde droomt van grootse verlossing. Liefde denkt slechts in taboes: fantasie is niet toegestaan. Liefde is de behoefte om het alles te omarmen. Seks is de behoefte om je tot in het oneindige te bevredigen. De liefde leeft van het onmogelijke dat altijd aan de horizon gloort. Seks is een behoefte om onmogelijkheden teniet te doen. Liefde kan seks in de weg zitten. Andersom geldt dat niet. Liefde zonder seks bestaat natuurlijk wel, maar veel vermaak levert dat niet op. Liefde is onroerend goed. Seks is vruchtgebruik. Liefde is het huis; seks is binnendringen. Liefde is de droom van de grootgrondbezitter; dan is seks de MST[1]. Liefde is meer narcistisch, zelfs wanneer er slechts van ‘geven’ wordt gesproken. Seks is democratischer, zelfs als het in het ego leeft. Liefde en seks zijn als het Griekse woord farmakon: zowel remedie als gif. Liefde kan beide zijn. Seks ook – alles afhankelijk van de positie waarvan we spreken. Liefde is een tekst. Seks is een sport. Voor liefde is geen ander persoon noodzakelijk. Voor seks op z’n minst een “handje”. Sommige liefdes hebben niet eens een partner nodig; groeien zelfs beter alleen, in eenzaamheid en in waanzin. Seks niet – dat is meer reëel. In die zin is liefde een zoektocht naar illusie. Seks een brute, waarachtige werkelijkheid. Liefde is soms zelfbevrediging. Seks, nooit. Liefde komt van binnen, seks van buiten, liefde komt van ons en laat op zich wachten. Seks komt van anderen en gaat weer weg. Liefde is Bossa Nova; seks is carnaval. We zijn geen slachtoffers van liefde; slechts van seks. “Seks is een jungle van epileptica” of: “liefde, al zou het niet eeuwig duren, het zou geen liefde zijn” (Nelson Rodrigues[2]). Liefde bedacht de ziel, de eeuwigheid, de taal, de moraal. Seks bedacht ook wel moraal, die van buiten haar kooi vanwaar ze brult. Liefde heeft iets absurds, pathetisch, vooral die in grote liefdes. Seks is stiller, als de cowboy wanneer de bravoure wegebt en hij zwijgzaam eet. Ze zeggen: “make love, not war”. Seks wil juist oorlog. Haat doodt de liefde, maar haat kan seks doen ontbranden. Liefde is egoïsme; seks is onbaatzuchtig. Liefde wil dood overwinnen. Met seks, is de dood aanwezig, in monden… Liefde praat veel. Seks gilt, kreunt, brult, maar verklaart zichzelf niet. Seks was er altijd al – van de grotten in het paradijs tot de relaxsauna voor mannen. Van de andere kant, werd liefde bedacht door provinciale dichters uit de 12de eeuw en later opgepimpt door rechts-christelijke films uit de Verenigde Staten. Liefde is literatuur. Seks is cinema. Amor is proza; seks is poëzie. Liefde is vrouw; seks is man – het perfecte huwelijk is een travestie van zichzelf. Gekooide liefde beschermt de productie. Wilde seks is een gevaar voor de marktwerking. Daarom is de enige manier om het te controleren en te programmeren die van de onzinnige vermaaksindustrie. De markt programmeert onze fantasieën.
Er zijn geen relaxsauna’s voor de liefde. Terwijl er in elk bordeel een liefje net doet alsof. Liefde verwordt tot een hors-d’oeuvre voor seks. Liefde zoekt een zekere grandeur. Seks droomt met de onderbuik. Het gevaar van seks is dat je verliefd kunt worden. Het gevaar van liefde is dat het vriendschap kan worden. Met een condoom heb je veilige seks, maar er zijn geen condooms voor liefde. Liefde droomt puur, seks heeft de zonde.
Liefde is de droom van singles. Seks die van gehuwden. Seks heeft nieuwigheid nodig, de verrassing. “De grote liefde voelt men slechts in afgunst” (Proust). Grootse seks voelt als een energizer. Liefde is van rechts. Seks is van links (of niet, dat hangt af van het politieke momentum. Op dit moment is seks van rechts. In de jaren zestig was het andersom. Seks was revolutionair en liefde burgerlijk.) En zo gaan we voort. Seks en liefde trachten ons verre van de dood te houden. Of niet; weet ik ‘t… wie het weet mag het mailen aan schrijver dezes.


[1] Movimento Sem Terra, de Braziliaanse beweging van landlozen.
[2] Nelson Rodrigues (1912-1980) was een bekende Braziliaanse schrijver, journalist en toneelschrijver.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten