De serie Braziliaanse Kronieken is geïnspireerd op een kroniek van Conceição Freitas die haar favoriete kronieken op een rijtje zette. Na vertalingen van kronieken van o.a. Rubem Braga en Carlos Heitor Cony, vandaag Arnaldo Jabor. Deze filmmaker en scenarioschrijver uit Rio de Janeiro gaat los op het verschil tussen liefde en seks.
Ik hoop dat deze kronieken, observaties van het dagelijks leven, voor jullie lezers een mooi beeld oproepen van Brazilië. Niet de toeristische highlights, maar juist van de Braziliaan en zijn/haar dagelijkse beslommeringen. De Engelse les van Braga, Cony's liefde voor zijn hond, of het geleuter aan het strand; het zijn observaties van het dagelijks leven zoals we die allemaal wel herkennen, maar waarin net een Braziliaanse twist zit. Moeilijk te benoemen wat dat nou precies is. Laten we voor dit moment Jabor volgen in zijn gedachtestroom en oprechte vertwijfeling aan het eind.
Liefde is proza, seks is poëzie
Ik hoop dat deze kronieken, observaties van het dagelijks leven, voor jullie lezers een mooi beeld oproepen van Brazilië. Niet de toeristische highlights, maar juist van de Braziliaan en zijn/haar dagelijkse beslommeringen. De Engelse les van Braga, Cony's liefde voor zijn hond, of het geleuter aan het strand; het zijn observaties van het dagelijks leven zoals we die allemaal wel herkennen, maar waarin net een Braziliaanse twist zit. Moeilijk te benoemen wat dat nou precies is. Laten we voor dit moment Jabor volgen in zijn gedachtestroom en oprechte vertwijfeling aan het eind.
Liefde is proza, seks is poëzie
Door: Arnaldo Jabor (vert. J. Kleverlaan)
Ter inspiratie voor mijn stuk in de krant ging ik zaterdag wandelen
op het strand. Op de stoep van Leblon kwam ik twee vriendinnen tegen.
-
Jouw artikel over liefde gaf me een enorme wow… - zei een van hen.
-
Die over die schurende vrouwen ook… en nu we het
er toch over hebben: wat heb jij eigenlijk tegen vrouwen die bepaalde lichaamsdelen
depileren? – vroeg de ander.
-
Niets – antwoordde ik. – Ik vind het mooi, maar
het lukt me niet om daar, bij die delen, een snorretje sexy te vinden… ik moet
denken aan… aan het snorretje van Hitler, of van Sarney… Denk eens aan een
Sarneytje bij een naakt model… Daarom, denk ik, ga ik weer over seks schrijven…
Een van de dames (single en poëtisch) zei:
-
Seks en liefde zijn hetzelfde…
De ander (getrouwd en praktisch) riposteerde:
-
Die zijn echt niet hetzelfde…
Nietes, welles, nietes, er ontstond een heerlijk polemiekje,
daar aan de rand van het strand. Ik vervolgde mijn ronde en liet die twee
schatten discussiëren en hun kokoswater drinken. Ik besloot te schrijven over de
oude twee-eenheid: seks en liefde. Ik begon vrienden en vriendinnen te
ondervragen. Niemand die het precies wist. De twee cohabiteren, neigen ofwel
naar hypocriet, ofwel naar cynisme; niemand weet van de kip of het ei. Het viel
op dat de meer ‘subtielen’ de liefde verdedigden, als iets ‘superieurs’. Voor
de meer praktisch ingestelden is seks het enige concrete. Zo gezegd, doe ook ik
een duit in het zakje.
Liefde heeft een tuin, afbakening, een project. Seks invadeert
dat alles. Seks is onwettelijk. Liefde hangt af van onze behoefte, het is een
gemaakt construct. Seks is niet afhankelijk van behoefte: onze behoefte wordt
er juist door genomen. Niemand masturbeert uit liefde. Niemand lijdt onder
spanning. Seks is een behoefte om liefde te sussen. Liefde is een soort dank na
de daad voor het plezier dat seks geeft.
De liefde komt later, de seks eerst. In liefde verliezen we
het hoofd, geheel expres. Bij seks verliest het hoofd ons. Liefde heeft behoefte
aan denken.
Bij seks zitten gedachten maar in de weg; slechts fantasie
helpt. Liefde droomt van grootse verlossing. Liefde denkt slechts in taboes:
fantasie is niet toegestaan. Liefde is de behoefte om het alles te omarmen.
Seks is de behoefte om je tot in het oneindige te bevredigen. De liefde leeft
van het onmogelijke dat altijd aan de horizon gloort. Seks is een behoefte om
onmogelijkheden teniet te doen. Liefde kan seks in de weg zitten. Andersom
geldt dat niet. Liefde zonder seks bestaat natuurlijk wel, maar veel vermaak
levert dat niet op. Liefde is onroerend goed. Seks is vruchtgebruik. Liefde is
het huis; seks is binnendringen. Liefde is de droom van de grootgrondbezitter;
dan is seks de MST[1]. Liefde
is meer narcistisch, zelfs wanneer er slechts van ‘geven’ wordt gesproken. Seks
is democratischer, zelfs als het in het ego leeft. Liefde en seks zijn als het
Griekse woord farmakon: zowel remedie
als gif. Liefde kan beide zijn. Seks ook – alles afhankelijk van de positie
waarvan we spreken. Liefde is een tekst. Seks is een sport. Voor liefde is geen
ander persoon noodzakelijk. Voor seks op z’n minst een “handje”. Sommige
liefdes hebben niet eens een partner nodig; groeien zelfs beter alleen, in
eenzaamheid en in waanzin. Seks niet – dat is meer reëel. In die zin is liefde
een zoektocht naar illusie. Seks een brute, waarachtige werkelijkheid. Liefde
is soms zelfbevrediging. Seks, nooit. Liefde komt van binnen, seks van buiten,
liefde komt van ons en laat op zich wachten. Seks komt van anderen en gaat weer
weg. Liefde is Bossa Nova; seks is carnaval. We zijn geen slachtoffers van
liefde; slechts van seks. “Seks is een jungle van epileptica” of: “liefde, al
zou het niet eeuwig duren, het zou geen liefde zijn” (Nelson Rodrigues[2]).
Liefde bedacht de ziel, de eeuwigheid, de taal, de moraal. Seks bedacht ook wel
moraal, die van buiten haar kooi vanwaar ze brult. Liefde heeft iets absurds,
pathetisch, vooral die in grote liefdes. Seks is stiller, als de cowboy wanneer
de bravoure wegebt en hij zwijgzaam eet. Ze zeggen: “make love, not war”. Seks
wil juist oorlog. Haat doodt de liefde, maar haat kan seks doen ontbranden.
Liefde is egoïsme; seks is onbaatzuchtig. Liefde wil dood overwinnen. Met seks,
is de dood aanwezig, in monden… Liefde praat veel. Seks gilt, kreunt, brult,
maar verklaart zichzelf niet. Seks was er altijd al – van de grotten in het
paradijs tot de relaxsauna voor mannen. Van de andere kant, werd liefde bedacht
door provinciale dichters uit de 12de eeuw en later opgepimpt door
rechts-christelijke films uit de Verenigde Staten. Liefde is literatuur. Seks
is cinema. Amor is proza; seks is poëzie. Liefde is vrouw; seks is man – het perfecte
huwelijk is een travestie van zichzelf. Gekooide liefde beschermt de productie.
Wilde seks is een gevaar voor de marktwerking. Daarom is de enige manier om het
te controleren en te programmeren die van de onzinnige vermaaksindustrie. De
markt programmeert onze fantasieën.
Er zijn geen relaxsauna’s voor de liefde. Terwijl er in elk
bordeel een liefje net doet alsof. Liefde verwordt tot een hors-d’oeuvre voor
seks. Liefde zoekt een zekere grandeur. Seks droomt met de onderbuik. Het
gevaar van seks is dat je verliefd kunt worden. Het gevaar van liefde is dat
het vriendschap kan worden. Met een condoom heb je veilige seks, maar er zijn
geen condooms voor liefde. Liefde droomt puur, seks heeft de zonde.
Liefde is de droom van singles. Seks die van gehuwden. Seks
heeft nieuwigheid nodig, de verrassing. “De grote liefde voelt men slechts in
afgunst” (Proust). Grootse seks voelt als een energizer. Liefde is van rechts.
Seks is van links (of niet, dat hangt af van het politieke momentum. Op dit
moment is seks van rechts. In de jaren zestig was het andersom. Seks was
revolutionair en liefde burgerlijk.) En zo gaan we voort. Seks en liefde
trachten ons verre van de dood te houden. Of niet; weet ik ‘t… wie het weet mag
het mailen aan schrijver dezes.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten