vrijdag 5 april 2019

Braziliaanse kronieken V: Xico Sá

Ik begon de serie Braziliaanse Kronieken geïnspireerd op de column van Conçeição de Freitas. Eerder verschenen vier van haar favoriete kronieken op dit blog. Dit is de vijfde, van de hand van Xico Sá (1965). Deze schrijver en journalist is geboren in het Noordoosten van Brazilië, tegenwoordig woonachtig in Rio de Janeiro.



Wanneer vrouwen wakker worden
Door: Xico de Sá (vert. JK)

Xico Sá
Niets is mooier of mysterieuzer dan een vrouw die ontwaakt. Een vrouw voor 10 uur ’s morgens, zoals ik haar ooit in een Engels kunstboek zag; wat ik mij herinner of droomde. Een vrouw met haar waarheden in de oogjes, bangig voor de wereld, zoals een wezen dat net uit de baarmoeder kruipt, met de grootste schrik, de grootste verbazing over het bestaan.

Sommigen hebben een vreselijk slecht humeur. Mijn god, ze sluiten je in, schelden je uit, trappen je op de ziel en spreken kwaad, om je daarna nog meer liefde te geven dan daarvoor.
Anderen ontwaken paranoïde over hun haar, vol wilde krullen en geheimen, of ze nou blond, bruin of sluik zijn. Erger nog aan het begin van de liefde, de verhouding, de verkering, bij het oefenen voor het huwelijk. Wanneer ze je in bed achterlaten om naar de spiegel te rennen. Alles voor een snel consult met Narcissus. Denken ze dat ze er verschrikkelijk uitzien, met dat overdreven oordeel, dat o zo vrouwelijke geschenk, verlaten ze je urenlang in de badkamer… en keren, nog mooier dan ooit, terug.
Er zijn er ook die er eigenlijk nauwelijks zijn. Die enkelen die wakker worden en je zo’n lachje schenken, alsof ze zojuist over een mogelijk Nirvana droomden, je hun rug tonen en van daar, zoals die andere Chico zong, een prachtig meisje te voorschijn toveren.
De mysteries van de ontwakende vrouw zijn vele.
Sommigen zijn stil, een enkel woordje daargelaten wanneer ze iets gevraagd wordt. Ze hebben twijfels, weten nog niet of ze wel of niet verliefd zijn, ze torsen nog oude liefdesgeschiedenissen mee. Wat prima is; zaken des levens.
Anderen ontwaken verschrikt, alsof ze zeggen: “wat heb ik nou gedaan, ik zal nooit meer een druppel drinken.” Of ze sturen je snel weg, zodat ze nog wat eerlijke slaap kunnen pakken. Die slaap die ze verlost van een bezwaard geweten en mogelijk al te snelle verbintenissen.
Heerlijk diegenen die opgekruld doorslapen, terwijl de motoren in de stad al ronken, ondanks wekkers en mobieltjes. Dat zijn de rustigen, de nooit onderworpenen.
Enkelen zetten reeds bij het ontwaken een muziekje op die bij het weer past. Als het zonnig is, rock, bij koude jazz… Als de dag grijs is dat ene liedje omdat ze, zoals ze zeggen, niets willen, geen gedoe. “ach, stommiteit, wat heb je gedaan, onbeschermd hart.”

Niets mooier en mysterieuzer dan een vrouw die wakker wordt, haar gebaren, het drama, het begin van leven, of de loomheid van haar omhelzing.
De geluiden van een ontwakende vrouw, de muziek van haar ontsluitende botten, het gedoe van wat ze wel en niet doet, de douche op de achtergrond vertelt ons van zoveel zin en dingen, mijn god, dat water stroomt al mooi en maakt lyrische kuiltjes in het zeepbakje…
Zoveel twijfel en zoveel zekerheden ontwaken samen met een vrouw die wakker wordt.


Ik heb Xico Sá om toestemming gevraagd voor plaatsing van deze kroniek, maar nog geen bericht terug mogen ontvangen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten