![]() |
| Conceição Freitas in haar boekenkiosk, Quadra 308 Sul, Brasília |
De Braziliaanse journaliste Conceição Freitas ontdekte hoe het schrijven van kronieken haar over een crisis heen hielp. In augustus 2018 bezocht ik haar boekenkiosk in Brasília, besef ik mij nu. Een paar maanden later pakte zij het schrijven weer op en beschreef ze in haar comeback-kroniek hoe het schrijven haar weer zin gaf in het leven. Enkele dagen daarna schreef ze onderstaande kroniek. Over de mooiste, de grappigste, de meest ontroerende, - en licht ze een tipje van de sluier over waarom Braziliaanse chroniqueurs zo bijzonder zijn in het genre.
Ik hoop de komende tijd de door haar bewierookte kronieken te vertalen, en misschien nog wel meer. Dan verklaar ik hiermee de rubriek 'Braziliaanse kronieken' voor geopend!
Wat is een kroniek? Dat ding dat, wanneer je het verliest,
je sterven wilt?*
Door: Conceição Freitas (vertaling: Joris Kleverlaan)
Een kroniek is het minst pretentieuze zusje van de literaire
teksten. Ik schrijf ‘literair’ met de nodige beduchtheid, want literatuur is
niet niets.
Een kroniek is geen nieuws, geen essay, het is geen artikel,
geen aanklacht, protest of reactie. Het is ook geen poëzie en het zou geen
literatuur kunnen zijn. Maar het kan ook wel nieuws, reactie, protest, poëzie,
of literatuur in zich hebben… Dat hangt helemaal af van de kwaliteit, de toon –
of de tamtam. Zoals er geen percussie is zonder tamtam, zo bestaat er geen
kroniek zonder ritme en luchtigheid.
Een van mijn favoriete kronieken, zo niet mijn aller
dierbaarste, is ‘Aula de Inglês’(Engelse les) van Rubem Braga. “Is this an
elephant?”, zo begint de mooiste van alle die al geschreven zijn, of nog zullen
worden. “De snelle blik die ik op de docente wierp was genoeg om te zien dat ze
het serieus meende en ze gebruikte een stemgeluid van iemand die een zwaar
probleem te berde bracht.” De meester aller meesters vervolgt al goochelend met
het Engels, het Portugees en het leven.
De kroniek heeft gewoonlijk een goed humeur, is soms
ironisch (wat altijd gevaarlijk is) en het heeft de lyriek van een vogeltje dat
een druppel water drinkt van een blaadje.
Een kroniek is een rustplaats, maar kan ook blijdschap,
verrassing of droefenis inhouden. Een van de meest bewierookte kronieken van de
twintigste eeuw is van Carlos Heitor Cony, die weent om de dood van Mila, zijn hond
(“Met haar aan mijn zijde verloor ik de angst voor de wereld en de wind”).
Kronieken kunnen ook liefdevol zijn, zoals die van Xico Sá
over wakker wordende vrouwen. (“niets mooier en mysterieuzer dan een vrouw die
ontwaakt, haar gebaren, het drama, het begin van leven, of de traagheid van
haar armen”).
Toen hij nog chroniqueur was, schreef Arnaldo Jabor een
kroniek dat later lied werd: Liefde is proza, seks is poëzie. (“Liefde is een
droom van een romantische herenboer; waar seks van landlozen is… liefde komt
van binnen, seks van buiten, liefde komt van ons en laat op zich wachten. Seks
komt van anderen en gaat er weer vandoor. Liefde is Bossa Nova; seks is
Carnaval”)
De kroniek is de meest waarschijnlijke wijze waarop er
geschreven is over Brasília. In één van de meest onmisbare teksten over de
stad, vertelde Clarice Lispector hoe we moesten kijken: “ik weet wat die twee
[Lucio Costa en Oscar Niemeyer, ontwerpers van Brazilië’s nieuw gebouwde
hoofdstad] wilden: rust en traagheid, wat overeenkomt met wat ik van de
eeuwigheid maak. Die twee ontwierpen een portret van een eeuwige stad. – Er is hier
iets wat me bang maakt. Wanneer ik er achter kom wat me doet schrikken, zal ik
ook weten waarom ik het hier zo lief heb.”
Veríssimo is een chroniqueur van een ander gehalte. Het
lijkt alsof hij om zichzelf en de wereld lacht, om bitterheid en ingepakte
waarheden. Een van mijn favoriete kronieken gaat als volgt: “Ik ben een gigolo
van woorden. Ik leef op hun kosten. Ik leef voorbeeldig met hen als een
professioneel souteneur. Ik misbruik ze. Ik gebruik alleen diegene die ik ken,
de onbekende zijn gevaarlijk en in potentie verraderlijk. Ik eis onderwerping. Niet
zelden vraag ik van hen een onnoembare flexibiliteit om een voorbijgaande lust
te bevredigen. Ik mishandel ze, zonder twijfel. En nooit laat ik me door hen
domineren.”
Er is misschien geen plek waar woorden zich meer op hun
plaats voelen dan in een kroniek of in de teksten van een goede samba (zovele
geweldige chroniqueurs als er in de Braziliaanse muziek zijn!). Zoals deze
hier: “Weet jij wat kaviaar is? Nooit gezien, nooit geproefd, slechts van horen
zeggen. Kaviaar is eten van rijken, ik blijf benieuwd, ik weet alleen dat je het
eet. Op tafel van weinigen, te gekke rijkdom, maar als je opzij kijkt zie je de
honger. Ik ben meer van het gebakken ei, farofa en tosti’s, want dat is wat we
thuis het meest eten. Daarom, wanneer iemand me vraagt wat kaviaar is, dan ken
ik slechts de naam.” De chroniqueur is Luiz Grande.
Met zegt wel dat de kroniek een nationale uitvinding is. Dat
klopt, én klopt niet. Korte teksten over het dagelijks leven zullen in welke
andere taal ook bestaan. Maar hier zijn ze liever, lichter, grappiger,
wereldser, zoals wijzelf zijn (voor zover we, op dit moment, nog iets
voorstellen).
Maar houd de lezer of lezeres niet voor de gek. Er waren
dagen dat ik iets schreef onder het mom van kroniek en wat geen kroniek was
zoals een olifant geen olifant hoeft te zijn. Soms komt het niet, hoeveel ik
ook probeer, bid of schrijf.
Andere keren is het er, wordt het klaar geboren.
Deze van vandaag is geen kroniek, maar een hommage aan chroniqueurs.
__________________
* Deze kroniek verscheen online op 6 januari 2019 op de website van metropoles.com. Vertaald en hier geplaatst met instemming van de schrijfster. Waarvoor dank, muito obrigado!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten