De vierde aflevering van onze serie Braziliaanse Kronieken. Geïnspireerd door de kroniek van Conceição Freitas, vertalen we de door haar gekozen, mooiste Braziliaanse kronieken. De nu volgende kroniek is van Carlos Heitor Cony (1926-2018), gevierd schrijver en journalist uit Rio de Janeiro. Conceição noemde het een van de meeste bewierookte. Het is zeker een van de meest droeve. Cony, een zelfverklaard hondenhater, beschrijft zijn liefde voor en de laatste dagen met Mila, de Ierse Setter die hij zijn 'raadgever' noemde.
Mila
Door: Carlos Heitor Cony (vertaling: Joris Kleverlaan)
![]() |
| Carlos Heitor Cony met Mila (1996). |
Het waren 13 jaar geknuffel en blijdschap. We sliepen veel
nachten samen, haar pootje rustend op mijn arm. Ik was bang voor de wind. Wat
tegen de wind te doen?
Haar liefhebben was het antwoord en ik denk ook dat ze dat begreep.
We waren een duo, zij en ik, een dynamisch duo, samen tegen het kwaad van
anderen. En ook tegen diegenen die anderen liefde misgunden. Toen mijn
vader stierf, kwam ze bij me, solidair, drukte haar kop tegen mijn knieën,
eiste geen aandacht op, wilde niet belangrijker zijn dan mijn eigen verdriet.
Met haar aan mijn zijde verloor ik angst voor de wereld en
de wind. Zij kreeg een nest van negen kleintjes, ik koos er één uit en daarmee werd
ons duo een trio. En we wandelden langs het meer[1]
en met het stijgen van haar leeftijd kreeg ze een ‘adellijke air’ over zich, zoals
Dom Casmurro van Machado de Assis[2].
Ze was een dame, een koningin van de sabbat in een zonovergoten draagstoel,
gedragen door imaginaire slaven.
Op zaterdag, toen ze me in de ogen keek, met haar
honingkleurige oogjes, mooier dan ooit, geliefder dan ooit, liet ze me toe haar
huilend te kussen. Misschien had ze het begrepen. Veel groter dan mijn hand,
veel groter dan mijn borst, bracht ik haar tot aan het eind.
Ik zag mijzelf altijd als een keurige professional. Tot
vorige week aan toe trachtte ik altijd, wat er ook gebeurde, om mijn
verplichtingen binnen redelijke grenzen na te komen. Nu lukte het niet eens om
bij het meubel weg te komen waar ze, stilletjes, naar me op keek en wachtte tot
ik mijn kroniek af had en me bij haar zou voegen. Tot aan het allerlaatste
moment keek ze naar me, koos ze me en accepteerde me. Ik droeg haar, in mijn
armen, steunend tegen mijn borst. Ik kneep krachtig, en wist dat ze groter was dan welk verlangen ooit.
[1] Dit meer
wordt in het origineel van Cony met een hoofdletter geschreven. Bedoeld wordt
hier het Lagoa Rodrigo de Freitas, bekend stadsmeer in Rio de janeiro.
[2] Dom
Casmurro is een van de bekendere werken van de negentiende-eeuwse, Braziliaanse
schrijver Machado de Assis. Zijn complete oeuvre is in de jaren ’70 en ’80 vertaald
door August Willemsen (en een staartje door Harrie Lemmens.)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten