woensdag 15 oktober 2025

Kroniek V: Tot wanneer ben je in Rio?

door: Joris Kleverlaan

Rio de Janeiro heeft een bijnaam: A cidade maravilhosa, de prachtige stad. En daar is niets aan gelogen. Het ligt deels aan een royale ronde baai, deels aan de Atlantische Oceaan. De granieten heuvels, stijl en schijnbaar perfect gerond, staan tot in de stad. De Portugese koloniale stijl, sinds de onafhankelijkheid overgegaan in hoofdstedelijke grandeur zorgt in bepaalde wijken voor een klassieke uitstraling, terwijl andere wijken juist weer modernistische hoogbouw laten zien. Het geheel is grillig, eindeloos, en groen. Al met al krijg je de indruk dat je om het even welke hoek kunt omslaan om er een fotogeniek plaatje te kunnen schieten.

Toch is er iets wat mij elke keer weer opvalt. De stad heeft iets dat in mij een gevoelige snaar raakt. Iets dat, nu ik de stad voor de vierde of vijfde keer verlaat, wederom aangrijpt. Laat ik proberen te omschrijven wat dat is.

straatbeeld Rio
Bij het schieten van die foto’s is er iets dat je op beeld niet mee krijgt; de stank van pis en poep. Zoveel mensen die op straat leven en verblijven, die moeten ergens hun behoefte doen en laten het op elke willekeurig plekje lopen. De strontgeur is meestal rond parken en perkjes. En vergis je niet: straathonden zijn er niet of nauwelijks meer, en de hondenpoep wordt door baasjes keurig opgeruimd. Het is mensenkak.

Een ander irritant trekje van de carioca is het accent. Op zich natuurlijk niets mis mee, maar het maakt ze (voor mij, maar feitelijk voor iedere buitenlander bij gebrek aan een basisniveau Engels of andere talen bij de inwoners) in het dagelijks bestaan uiterst moeilijk te verstaan. Is dat dan aanleiding om zich aan te passen aan de buitenlander die ze in hun eigen taal aanspreekt (met een accent)? Liever niet. Daar waar het in het zuidelijk Brazilië aanleiding is voor verrassing, interesse en indien nodig nog een keer herhalen, is de carioca eerder geïrriteerd dat je hem of haar niet de eerste keer kunt volgen. Kijk, dit is vooral opvallend op het moment dat dodelijk verveeld beveiligingspersoneel hun frustratie denkt te kunnen botvieren door te snauwen dat je een meter naar links moet lopen, maar ook in winkels, bars en met willekeurige mensen in het openbaar vervoer gebeurt het. Kortaf, een kort lontje, weinig geduld met mensen die je prachtige stad komen bewonderen.

Ook zoiets: loop op je de stoep, komen er drie, vier mensen naast elkaar aanlopen. Denk je toch niet dat carioca’s een centimeter aan de kant gaan? Ze lopen het liefst óver je heen. Oversteken bij een zebrapad? Je bent je leven niet zeker; de automobilist geeft een poepie extra gas. Bij de uitgang van het winkelcentrum is personeel ingehuurd om auto's uit de parkeergarage tot stilstand te manen als er mensen willen oversteken.

Ik heb verschillende mensen benaderd die ik van eerdere ontmoetingen kende om iets af te spreken. Opvallend vaak was het antwoord: ‘tot wanneer ben je in Rio?’ Zo langzamerhand kom ik er achter dat dit geen vraag is om in de eigen agenda te kijken wanneer de afspraak gemaakt kan worden. Nee, het is een vraag zodat ze weten op welke dag ze je een berichtje kunnen sturen: ‘Wat jammer dat het niet gelukt is’.

Nu ik dit zo opschrijf bekruipt me het gevoel dat alles wat er moois is aan Rio, er al van heel lang geleden is. Van geologische tijdperken ver voor de mensheid. Van de tijden toen het nog de hoofdstad van Brazilië was (tot 1960), dan wel van de tijd dat het nog de culturele hoofdstad was. Dat laatste moment is moeilijk aan te wijzen, maar het zal zo rond 2010 zijn geweest dat São Paulo cultureel leidend werd. Professor Fischer zei het mooi: ‘ooit gingen jonge, ambitieuze schrijvers uit de provincie (hij komt zelf uit Porto Alegre!) naar Rio, zoals ze nu naar São Paulo gaan.’ Hij voegde er trouwens aan toe dat veel jonge schrijvers nu juist heel bewust in hun eigen stad en regio blijven. Het regionale karakter wordt gewaardeerd, en kijk alleen eens naar de literaire rijkdom die Curitiba en Porto Alegre in zich bergen!

Mijn inziens is Rio de Janeiro vergane glorie, met inwoners die nog denken dat ze het middelpunt der aarde zijn. Als ze omhoog en om hen heen kijken is dat nog wel begrijpelijk, maar laat ze eens binnenin zichzelf kijken. Jammer dat introspectie nou net niet het grootste talent is van de carioca. Dus, tot wanneer ik in Rio ben? Ik ben blij dat ik er weg mag. Ik ga naar São Paulo. Eens  kijken hoe het in de nieuwe culturele en economische hoofdstad van Brazilië is!!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten