De woordenpooier (2002)
Door: Luis Fernando Verissimo (vert. Joris Kleverlaan)
![]() |
| L.F. Verissimo |
Ik antwoordde dat taal, welke dan ook, een communicatiemiddel was en het ook zo zou moeten worden beoordeeld. Sommige basisregels van de grammatica zouden gerespecteerd moeten worden om de ergste excessen te voorkomen, maar veel andere zijn onnodig. Zo is de syntaxis een kwestie van gebruik, en niet van principes. Bijvoorbeeld: ‘goedschrijven’ is niet correct, maar wel duidelijk, goed?! Het belangrijkste is om te communiceren (en, indien mogelijk, verrassen, belichten, vermaken, emotioneren… maar dat is al weer eerder talent, wat ook niets met grammatica van doen heeft.) Grammatica is het skelet van de taal. Het is slechts dominant in dode talen, en vandaar dat de interesse ervoor beperkt blijft tot necrologen en docenten Latijn, die over het algemeen al weinig communicatief zijn. Die zware schaduw die we waarnemen op foto’s van leden van de Braziliaanse Academia de Letras is het tegenbewijs dat het Portugees nog levend is. Zij wachten nog slechts op het moment dat onze taal voorgoed overleden is en ze, in uniform, de doodskist mogen dragen en de definitieve doodverklaring schrijven mogen. Het skelet houdt ons overeind, zeker, maar geeft zelf geen enkele informatie, zoals de grammatica structuur aan taal geeft, maar zelf geen betekenis heeft, en geen toekomst heeft. Mummies praten onderling in pure grammatica.
Natuurlijk zei ik niets van dit alles tegen de interviewers.
Ik zei dat mijn ongemak met grammatica vast voortkwam uit een gebrek aan
vertrouwen dat ik ermee had. Ik was altijd ontzettend slecht in Portugees. Maar
– zo zei ik – weten jullie, die vertrouwelijkheid met grammatica is zo
onmisbaar, dat ik een carrière van schrijven heb gemaakt, terwijl ik er totaal
geen affectie mee heb. Ik ben een woordenpooier. Ik leef van de opbrengst van woorden en ik gedraag me tegenover hen als een professionele souteneur. Ik misbruik ze. Ik gebruik
alleen diegene die ik ken, de onbekende zijn gevaarlijk en potentiële
verraders. Ik eis onderwerping. Niet zelden vraag ik van hen onbenoembare
verbuigingen om aan een voorbijgaand pleziertje te voldoen. Ik misbruik ze, zonder
twijfel. En ik laat met nooit door hen koeioneren. Ik bemoei me niet met hun
privéleven. Ik interesseer me niet voor hun verleden, hun oorsprong, hun
familie of wat anderen al eerder met hen uitspookten. Net zoals ik er geen
enkele moeite mee heb om ze van anderen te stelen als ik denk dat ik er zelf beter
van word. Woorden leven, ten slotte, in de volksmond. Het zijn spreeksels.
Sommigen zijn van bedenkelijk allooi. Zij verdienen niet het minste respect.
Een schrijver die de grammaticale intimiteit van woorden respecteert zou zo inefficiënt
zijn als een gigolo die verliefd wordt op zijn kudde. Het woord zou baas zijn!
Hij zou ze uiteindelijk behandelen met het respect van een verloofde of met het
verveelde formele van de echtgenoot. Met welke
voorzichtigheid, angst en omzichtigheid zou hij zich omhullen wanneer hij met
hen uitgaat, schietschijf van de onbarmhartige aandacht van taalkundigen, etymologen
en collega-schrijvers. Hij zou impotent eindigen, niet meer in staat tot een enkele
vervoeging. De grammatica moet men dagelijks billenkoek geven en laten zien wie
er baas is.
Voor wie meer L.F. Verissimo wilt lezen, hier een andere, vertaalde kroniek.
Voor wie meer L.F. Verissimo wilt lezen, hier een andere, vertaalde kroniek.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten