maandag 11 februari 2019

Braziliaanse kronieken (III): L.F. Verissimo


De woordenpooier (2002)
Door: Luis Fernando Verissimo (vert. Joris Kleverlaan)

L.F. Verissimo
Vier of vijf groepen leerlingen van het Farroupilha College kwamen thuis langs op eenzelfde missie, bedacht door hun docent Portugees. Ze wilden weten of ik lessen grammatica noodzakelijk vind voor het begrip van onze taal, of welke andere taal ook. Ieder groep had een voice recorder mee, onmisbaar, kennelijk, in het moderne onderwijs, en liep meningen bij elkaar te harken. Ik verdacht de docent bij binnenkomst er al van dat hij deze column zou volgen. Dat hij zich dagelijks zou irriteren aan de beledigende taalregels en dat hij deze mogelijkheid zou willen aangrijpen om mij te demaskeren. Ik was me zelfs al gestrest aan het indekken (het is de schuld van de eindredacteur!!), maar het bleken de scholieren zelf die het misverstand uit de wereld hielpen nog voor het ook maar was ontstaan. Ze hadden zelf de namen uitgekozen die ze interviewen wilden. Weten jullie zeker dat je de juiste Verissimo voor je hebt? Ja? Oké, nou, vooruit dan maar.

Ik antwoordde dat taal, welke dan ook, een communicatiemiddel was en het ook zo zou moeten worden beoordeeld. Sommige basisregels van de grammatica zouden gerespecteerd moeten worden om de ergste excessen te voorkomen, maar veel andere zijn onnodig. Zo is de syntaxis een kwestie van gebruik, en niet van principes. Bijvoorbeeld: ‘goedschrijven’ is niet correct, maar wel duidelijk, goed?! Het belangrijkste is om te communiceren (en, indien mogelijk, verrassen, belichten, vermaken, emotioneren… maar dat is al weer eerder talent, wat ook niets met grammatica van doen heeft.) Grammatica is het skelet van de taal. Het is slechts dominant in dode talen, en vandaar dat de interesse ervoor beperkt blijft tot necrologen en docenten Latijn, die over het algemeen al weinig communicatief zijn. Die zware schaduw die we waarnemen op foto’s van leden van de Braziliaanse Academia de Letras is het tegenbewijs dat het Portugees nog levend is. Zij wachten nog slechts op het moment dat onze taal voorgoed overleden is en ze, in uniform, de doodskist mogen dragen en de definitieve doodverklaring schrijven mogen. Het skelet houdt ons overeind, zeker, maar geeft zelf geen enkele informatie, zoals de grammatica structuur aan taal geeft, maar zelf geen betekenis heeft, en geen toekomst heeft. Mummies praten onderling in pure grammatica.
Natuurlijk zei ik niets van dit alles tegen de interviewers. Ik zei dat mijn ongemak met grammatica vast voortkwam uit een gebrek aan vertrouwen dat ik ermee had. Ik was altijd ontzettend slecht in Portugees. Maar – zo zei ik – weten jullie, die vertrouwelijkheid met grammatica is zo onmisbaar, dat ik een carrière van schrijven heb gemaakt, terwijl ik er totaal geen affectie mee heb. Ik ben een woordenpooier. Ik leef van de opbrengst van woorden en ik gedraag me tegenover hen als een professionele souteneur. Ik misbruik ze. Ik gebruik alleen diegene die ik ken, de onbekende zijn gevaarlijk en potentiële verraders. Ik eis onderwerping. Niet zelden vraag ik van hen onbenoembare verbuigingen om aan een voorbijgaand pleziertje te voldoen. Ik misbruik ze, zonder twijfel. En ik laat met nooit door hen koeioneren. Ik bemoei me niet met hun privéleven. Ik interesseer me niet voor hun verleden, hun oorsprong, hun familie of wat anderen al eerder met hen uitspookten. Net zoals ik er geen enkele moeite mee heb om ze van anderen te stelen als ik denk dat ik er zelf beter van word. Woorden leven, ten slotte, in de volksmond. Het zijn spreeksels. Sommigen zijn van bedenkelijk allooi. Zij verdienen niet het minste respect. Een schrijver die de grammaticale intimiteit van woorden respecteert zou zo inefficiënt zijn als een gigolo die verliefd wordt op zijn kudde. Het woord zou baas zijn! Hij zou ze uiteindelijk behandelen met het respect van een verloofde of met het verveelde formele van de echtgenoot. Met welke voorzichtigheid, angst en omzichtigheid zou hij zich omhullen wanneer hij met hen uitgaat, schietschijf van de onbarmhartige aandacht van taalkundigen, etymologen en collega-schrijvers. Hij zou impotent eindigen, niet meer in staat tot een enkele vervoeging. De grammatica moet men dagelijks billenkoek geven en laten zien wie er baas is.


Voor wie meer L.F. Verissimo wilt lezen, hier een andere, vertaalde kroniek.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten