Als we komen te spreken over de huidige generatie vertalers Portugees-Nederlands is het vooral Harrie Lemmens die opvalt. Harrie begon zijn carrière als vertaler Duits, maar richtte zich al snel op het Portugees met vertalingen van Rentes de Carvalho en Fernando Pessoa. Wat Lemmens de afgelopen 30 jaar heeft geproduceerd is een indrukwekkende stapel vertaald werk, met vaak meerdere titels per jaar, van de belangrijkste Portugese, Braziliaanse en Afrikaanse schrijvers. Weinig schrijfsters, moet ik daarbij aantekenen gezien het blog van gisteren. Clarice en een enkele vrouwelijke dichter daargelaten. Maar hoe dan ook: Harrie verdient een standbeeld voor zijn werklust!
Een andere naam die ik hier als vanzelfsprekend genoemd moet hebben is die van August Willemsen (1936-2007). We kunnen hem meer als de pionier van het Portugees-Nederlandse vertaalwerk noemen. Toen hij in de jaren zeventig begon waren we er hier in Nederland er niet eens van bewust dat er mensen waren als Pessoa, Guimarães Rosa, Machado de Assis, en dat er nog een hele literaire wereld te ontdekken viel. Willemsen was behalve vertaler, ook universitair docent, onderzoeker en meesterlijk schrijver van dagboeken, brieven en nawoorden bij zijn vertalingen. Veel daarvan is gebundeld, met Braziliaanse Brieven als hoogtepunt en bekendste werk, maar ook verzamelde essays zoals Het hoge woord, of De taal als bril, zijn erg de moeite waard, hoewel soms ook wel erg technisch. Een van de betere stukken uit dat laatste boek gaat over een gedicht van Carlos Drummond de Andrade. Een nogal opvallend werk. Zo eentje waar je, als je er al te makkelijk doorheen glijdt, weleens meewarig de schouders bij op kunt halen. Onterecht, zo blijkt bij nader inzien; het is niet minder dan een sleutelgedicht, prachtig van stijl en voor velerlei uitleg vatbaar.
Midden op de weg (vert. August Willemsen)
Midden op de weg lag een steen
lag een steen midden op de weg
lag een steen
midden op de weg lag een steen.
Nooit zal ik die gebeurtenis vergeten
in het leven van mijn zo vermoeide netvliezen.
Nooit zal ik vergeten dat midden op de weg
lag een steen
lag een steen midden op de weg
midden op de weg lag een steen.
Na zijn vertaling gaat Willemsen los over wat hij 'de biografie' van dit gedicht noemt. Hij telt de woorden, ontleedt het om het vervolgens weer bijeen te rapen, haalt diverse critici aan die het gedicht bejubelden, maar net zo goed tot het bot beledigden (de dichter daarbij inbegrepen). Ook vertaalt hij een hertaling door een romantisch dichter die de betekenis van Drummond probeerde te vangen in een klinkend, maar poëtisch minder avontuurlijk sonnet, en gaat terug tot Dante, die zijn Divina Commedia, blijkbaar, op eenzelfde wijze begon. Hij behandelt vragen zoals waar het gedicht nou eigenlijk over gaat (het werd gepubliceerd in 1930. Zou Drummond het naderende onheil in de wereld hebben voorvoelt?). Is dat 'midden van de weg' nou ruimtelijk bedoeld, met links en rechts de randen, of in tijd - en staat de dichter halverwege zijn leven met de randen voor en achter hem.
Maar mijn bewondering voor zowel Drummond de Andrade, als in zekere zin ook August Willemsen, schuilt in de uitleg die de dichter zelf geeft aan het gedicht: 'het wil slechts zeggen wat erin staat... het was juist verveling wat ik voelde. Ik wilde een gewaarwording van monotonie weergeven.' Kortom, hij zag een steen liggen. Midden op de weg. Hij zal iets gedacht hebben: als niemand die steen weghaalt, ligt 'ie er over een jaar nog steeds. Dan kan ik hem nog steeds zien en vermoeit hij mijn ogen gewoon weer opnieuw. Het spreekt voor Drummond dat hij zichzelf en zijn werk niet groter maakt dan het is. De goede man had een hekel aan pretenties en weigerde bijvoorbeeld om lid te worden van de Academia de Letras Brasileiras. Een instelling waar ook Willemsen een dubbel gevoel bij had. Hij bezocht de Academia, mocht er zelfs het woord voeren en vond dat best bijzonder. Maar in zijn Braziliaanse Brieven maakt hij overtuigend duidelijk dat literair en cultureel Rio de Janeiro vooral een hele hoop pretentieuze poespas is waar hij slecht in kon verkeren.
Maar goed, zitten we nog met een steen in de maag. Kunnen we, gezien alles wat er al over gezegd is nog iets relevants toevoegen aan de vertaling? Zat ik te denken: stel nou dat je het als nieuw voor je krijgt. Dan kies je ongetwijfeld weer voor een steen, en dat die op de weg lag. Maar ga je weer zo breedvoerig in op de betekenis? Stenen op wegen zijn in Brazilië, zowel reëel als metaforisch, een groter probleem dan in Nederland. Ik bedoel, in Porto Alegre zat vorig jaar een gat in de weg dat onderwerp werd van discussieprogramma's en waarvan het herstel vervolgens in het nieuws kwam. Maar zouden wij een steen op de weg groter maken dan wat het is? Staat het voor een groots probleem dat onze voortgang blokkeert? Ik ben mij van geen spreekwoord of zegswijze bewust dat spreekt van een steen op de weg. Een beer, die wel. Gaan we het vertalen als 'Midden op de weg stond een beer'?
Nu ben ik, voor zover ik de tijd er voor kon vinden, even op zoek gegaan naar een Braziliaanse metafoor, spreekwoord, of zegswijze die spreekt van een steen op de weg. Ik heb slechts één verklaring gevonden: Drummond de Andrade maakte met zijn gedicht nieuwe taal! De steen op de weg is een standaarduitdrukking geworden in Brazilië. Persoonlijk vind ik overigens zijn 'E agora, José? ', oftewel 'En nu, José?', of, misschien beter: 'Wat nu, José', misschien nog wel mooier. De uitdrukking wordt gebruikt als verzuchting als je het even niet meer ziet zitten. Nu ik daar aan denk zou ik het liefst dat gedicht erbij pakken en het ter plaatse alsnog vertalen. Maar de tijd, de tijd... ik vond op Youtube een mooie opname met de stem van Drummond zelf:
https://www.youtube.com/watch?v=NkLJ2eydbaI
Geen opmerkingen:
Een reactie posten