vrijdag 2 november 2018

We zijn allen doof

Door: Luíz Ruffato (vertaling Joris Kleverlaan)

Mijn oom Élvio sprak zo snel en met zo’n sterk accent – uit Minas Gerais, gemengd met iets wat op een Italiaans dialect leek – dat bijna niemand hem begreep. Eerlijk, arbeider; hij wijdde zich volledig aan zijn familie. Toch mengde hij zich weinig in het gemeenschapsleven, omdat de zinnen die hij uitsprak, onnavolgbaar, hem regelmatig in ongemakkelijke situaties bracht. Zijn gesprekspartner, niet gewend aan zijn uitspraak, gokte dan maar wat naar de betekenis van zijn woorden en begreep het al naar gelang hem uitkwam. Om maar een idee te geven van de omvang van het probleem: pas bij zijn overlijden kwamen we erachter dat zijn naam niet Élvio was, maar Elmo. Maar dat was toen, dus, al te laat. Als je op een dag op bezoek gaat in Rodeiro, dan kun je op de grafsteen Élvio Gardone lezen en, tussen haakjes, Elmo Cardoni.

Ik moest aan mijn oom denken, omdat ik elke keer schrik van de problemen die we dag in, dag uit ervaren bij het voeren van gesprekken. De reden hiervoor is het gevaarlijke gebrek om de ander te horen, naar de ander te luisteren. Ik weet niet wat hiervan de oorzaak is, maar ik heb gemerkt dat mensen alleen maar willen praten, praten, praten, en daarbij geen interesse meer hebben om te weten hoe de ander over het onderwerp denkt. Het zijn net bronnen die in het holst van de nacht doorgaan met het geven van water, niet in staat tot om zich heen kijken, slechts gelukkig met het geluid dat het maakt, dat door de donkerte nog wordt versterkt.
Nog gekker is het dat, in tijden van sociale media, dit gebrek aan begrip zich uitbreidt tot geschreven tekst. Dat mensen een stuk tekst nemen en, ofwel doordat ze het zonder aandacht lezen, ofwel doordat ze gewoon niet weten hoe het te begrijpen, het categorisch verwerpen en daarbij dingen in de tekst tegenkomen die er helemaal niet staan. Zo worden vriendschappen en relaties verbroken, reputaties geschonden. Het is nu eenmaal zo dat wij, Brazilianen, een grote weerzin kennen om samen te leven met andere meningen dan de onze. We zijn vriendelijk met iedereen die op de een of andere manier onze inzichten delen, maar de kleinste of geringste afwijking zorgt ervoor dat we direct al onze tolerantie laten varen. Omdat we niet gewend zijn tot het voeren van een dialoog, gaan we, in plaats van te proberen de ander met argumenten te overtuigen, er direct toe over te proberen de ander te vernietigen met uitvluchten als spot, sarcasme, desinformatie of gewoon door  hem of haar een rotstreek te leveren.
Volgens mij is dit een verkeerde manier van doen. Uiteindelijk zal het zich tegen ons keren. De beste manier van leren vindt plaats wanneer we naar de ander luisteren en reflecteren op wat ‘ie naar voren brengt. Dit zorgt voor meer duidelijkheid over onze eigen ideeën – of het nou het verwerpen van die meningen met zich mee brengt, of het aanpassen daarvan wanneer we merken dat de argumenten van de ander licht werpen op wegen die ons eerder nog onbekend waren. Ik vrees mensen die waarheden verkondigen alsof het wapens zijn – ik heb liever geen absolute waarheden, omdat ze, altijd, voortkomen uit onwetendheid.
Als op individueel niveau het openstaan voor andere ideeën -  niet om ze blind te volgen, maar als contrapunt om onze eigen mening te toetsen, noodzakelijk is, is de dialoog in het maatschappelijk discours helemaal onmisbaar. De democratie, zoals een staatsman al zei, is de minst slechte staatsvorm van alle. Het vraagt van ons de bescheidenheid om te accepteren dat onze eigen mening, welke we hoog achten, en het meest verstandige, correcte en meest intelligente, niets meer is dan slechts één in het heelal van gedachten, waarvan vele anders zijn dan de onze.

Als we een echte democratie willen bouwen is het een verplichting dat we het recht verdedigen dat allen hun mening in het openbaar kunnen uiten, wat hun mening dan ook moge zijn. Maar, om dit effectief waar te maken, zullen we eerst moeten leren luisteren naar de ander, en tolerant zijn naar diegenen die anders denken dan wijzelf. Iets dat we op dit moment, helaas, nog niet hebben geleerd. Zo lopen we het ernstige risico om, zoals bij mijn oom Élvio (Elmo) Gardone (Cardoni), zijn echte identiteit pas te leren kennen (of eigenlijk zijn waarachtige zijn) wanneer het eigenlijk al geen zin meer heeft.


Deze column verscheen op 13 augustus 2014 in El País Brasil en is hierbij gepubliceerd met toestemming van de auteur en uitgever Archipélago Editorial. Waarvoor veel dank!!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten