Door: Luíz Ruffato (vertaling Joris Kleverlaan)
Mijn oom Élvio sprak zo snel en met zo’n sterk accent – uit Minas
Gerais, gemengd met iets wat op een Italiaans dialect leek – dat bijna niemand
hem begreep. Eerlijk, arbeider; hij wijdde zich volledig aan zijn familie. Toch
mengde hij zich weinig in het gemeenschapsleven, omdat de zinnen die hij
uitsprak, onnavolgbaar, hem regelmatig in ongemakkelijke situaties bracht. Zijn
gesprekspartner, niet gewend aan zijn uitspraak, gokte dan maar wat naar de
betekenis van zijn woorden en begreep het al naar gelang hem uitkwam. Om maar
een idee te geven van de omvang van het probleem: pas bij zijn overlijden
kwamen we erachter dat zijn naam niet Élvio was, maar Elmo. Maar dat was toen,
dus, al te laat. Als je op een dag op bezoek gaat in Rodeiro, dan kun je op de
grafsteen Élvio Gardone lezen en, tussen haakjes, Elmo Cardoni.
Ik moest aan mijn oom denken, omdat ik elke keer schrik van
de problemen die we dag in, dag uit ervaren bij het voeren van gesprekken. De
reden hiervoor is het gevaarlijke gebrek om de ander te horen, naar de ander te
luisteren. Ik weet niet wat hiervan de oorzaak is, maar ik heb gemerkt dat
mensen alleen maar willen praten, praten, praten, en daarbij geen interesse meer
hebben om te weten hoe de ander over het onderwerp denkt. Het zijn net bronnen
die in het holst van de nacht doorgaan met het geven van water, niet in staat tot
om zich heen kijken, slechts gelukkig met het geluid dat het maakt, dat door de
donkerte nog wordt versterkt.
Nog gekker is het dat, in tijden van sociale media, dit
gebrek aan begrip zich uitbreidt tot geschreven tekst. Dat mensen een stuk
tekst nemen en, ofwel doordat ze het zonder aandacht lezen, ofwel doordat ze
gewoon niet weten hoe het te begrijpen, het categorisch verwerpen en daarbij
dingen in de tekst tegenkomen die er helemaal niet staan. Zo worden vriendschappen
en relaties verbroken, reputaties geschonden. Het is nu eenmaal zo dat wij,
Brazilianen, een grote weerzin kennen om samen te leven met andere meningen dan
de onze. We zijn vriendelijk met iedereen die op de een of andere manier onze
inzichten delen, maar de kleinste of geringste afwijking zorgt ervoor dat we direct
al onze tolerantie laten varen. Omdat we niet gewend zijn tot het voeren van
een dialoog, gaan we, in plaats van te proberen de ander met argumenten te
overtuigen, er direct toe over te proberen de ander te vernietigen met
uitvluchten als spot, sarcasme, desinformatie of gewoon door hem of haar een rotstreek te leveren.
Volgens mij is dit een verkeerde manier van doen.
Uiteindelijk zal het zich tegen ons keren. De beste manier van leren vindt
plaats wanneer we naar de ander luisteren en reflecteren op wat ‘ie naar voren
brengt. Dit zorgt voor meer duidelijkheid over onze eigen ideeën – of het nou
het verwerpen van die meningen met zich mee brengt, of het aanpassen daarvan wanneer
we merken dat de argumenten van de ander licht werpen op wegen die ons eerder
nog onbekend waren. Ik vrees mensen die waarheden verkondigen alsof het wapens
zijn – ik heb liever geen absolute waarheden, omdat ze, altijd, voortkomen uit onwetendheid.
Als op individueel niveau het openstaan voor andere ideeën -
niet om ze blind te volgen, maar als
contrapunt om onze eigen mening te toetsen, noodzakelijk is, is de dialoog in
het maatschappelijk discours helemaal onmisbaar. De democratie, zoals een
staatsman al zei, is de minst slechte staatsvorm van alle. Het vraagt van ons
de bescheidenheid om te accepteren dat onze eigen mening, welke we hoog achten,
en het meest verstandige, correcte en meest intelligente, niets meer is dan
slechts één in het heelal van gedachten, waarvan vele anders zijn dan de onze.
Als we een echte democratie willen bouwen is het een
verplichting dat we het recht verdedigen dat allen hun mening in het openbaar
kunnen uiten, wat hun mening dan ook moge zijn. Maar, om dit effectief waar te
maken, zullen we eerst moeten leren luisteren naar de ander, en tolerant zijn naar
diegenen die anders denken dan wijzelf. Iets dat we op dit moment, helaas, nog
niet hebben geleerd. Zo lopen we het ernstige risico om, zoals bij mijn oom
Élvio (Elmo) Gardone (Cardoni), zijn echte identiteit pas te leren kennen (of
eigenlijk zijn waarachtige zijn) wanneer
het eigenlijk al geen zin meer heeft.
Deze column verscheen op 13 augustus 2014 in El País Brasil en is hierbij gepubliceerd met toestemming van de auteur en uitgever Archipélago Editorial. Waarvoor veel dank!!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten