Dit blog verscheen eerder als artikel in Het Parool van 18 juli 2014
Nu het laatste fluitsignaal heeft geklonken en de met Wereldbeker
overhandigd aan winnaar Duitsland, wordt het tijd dat Brazilië stilstaat bij de
vraag wat de erfenis is van het WK en hoe het door zal werken op belangrijke
evenementen in de nabije toekomst. Wat betekent het WK bijvoorbeeld voor de
presidentsverkiezingen in oktober van dit jaar? Moet de wereld zich zorgen
maken over de Olympische Spelen in Rio 2016, of kan het, gezien de op het oog
prima organisatie van het WK, met een gerust hart gaan slapen?
Na de hevige, langdurige protesten voorafgaand aan het WK,
werd het opvallend snel rustig in de straten op het moment dat de bal begon te
rollen. Brazilië was weer vooral bezig met het spelletje zelf en de organisatie
van alle wedstrijden. En dat deden de Brazilianen, met hun onovertroffen talent
voor last minute improvisatie, heel
aardig. De internationale commentaren zijn bijna zonder uitzondering positief: het
voetbal was prachtig, de stadions zaten vol, de verwachte problemen met de
infrastructuur bleven uit. Maar nu het voetbalstof is neergedaald, zijn de
demonstraties niet terug gekeerd. Logisch ook wel: het naderende WK fungeerde steeds
meer als symbool waar omheen veel oude frustraties en onvrede zich verenigden.
Bovendien zou je kunnen zeggen dat het eclatante verlies in de halve finale
mischien wel een blessing in disguise
was voor de gevestigde belangen. De woede en frustratie richten zich op de
deplorabele staat van het Braziliaanse voetbal, en veel minder op sociale
misstanden.
Toch zijn de protesten vooraf niet voor niets geweest. Voor
veel Brazilianen heeft het de ogen geopend en hebben ze ingezien hoe hun land
er daadwerkelijk voor staat. Corruptie, schrijnende ongelijkheid en gebrek aan
investeringen in onderwijs en gezondheidszorg, terwijl miljarden worden
uitgegeven aan nutteloze voetbalstadions, dat kan niemand zomaar accepteren. En
presidente Dilma Rousseff kan dan wel wijzen op de positieve eindbalans van het
WK, op sociaal gebied staat het er nog net zo voor als voor het toernooi. De
polls voor de verkiezingen in oktober laten dan ook slechts een heel
voorzichtig herstel zien voor de huidige presidente. Veel, vooral arme, mensen
staan nog steeds achter de presidente. Mede door de steun van de, onder
bepaalde groepen nog zeer populaire, oud-president Lula. De corruptieschandalen
die vanuit zijn laatste kabinet de afgelopen jaren naar voren zijn gekomen
besmetten echter ook Dilma. Al met al is de groep die ronduit tégen haar
herverkiezing en de heersende rol van haar partij de PT is, groeiende. Het is
dan ook in het voordeel van Dilma dat haar tegenstanders uit dezelfde politieke
cultuur komen als zijzelf. Een kandidaat van buiten, die zich succesvol afzet
tegen die cultuur en een daadwerkelijk perspectief biedt, heeft zich nog niet
gemeld. Dit gebrek aan perspectief draagt bij aan de frustratie die vele mensen
voelen en velen van hen zullen, als gevolg van de stemplicht, blanco stemmen.
Hoe dan ook zal niemand achterover kunnen leunen. Over
precies 750 dagen beginnen immers de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Wederom
dreigen problemen zoals die zich ook voor het WK voordeden. Miljarden investeringen in allerlei sportaccomodaties,
gedwongen verplaatsingen van favela’s, een stad die jarenlang op de schop moet,
laat staan de torenhoge prijssteigingen die het leven voor de gewone inwoner,
de carioca, moeilijk maken: het is
geen vooruitzicht waar de gemiddelde inwoner van Rio vrolijk van wordt. De stad
heeft bovendien al zoveel problemen. Het drugsgebruik, de bijkomende geweld en
criminaliteit, de miljoenen mensen die zonder basisvoorzieningen in de favela’s
wonen, maar bijvoorbeeld ook de Baai van Guanabara, waaraan de stad zo prachtig
ligt, is hopeloos vervuild en ongeschikt voor de beoogde watersporten tijdens
de Spelen. De winnaar van de verkiezingen zal dan ook veel moeten leren van het
afgelopen WK. De indruk dat je je ziel verkoopt aan multinationale belangen, die
zich verrijken, zonder verantwoordelijkheid te dragen en zich na de spelen schielijk
terugtrekken, dat kan men zich niet nogmaals permitteren. De Spelen moeten een
investering zijn in de stad en het land, waarin de baten worden gedeeld met
alle inwoners van Rio. Indien men er niet in slaagt om dat beeld te
verwezenlijken, zal de aanloop naar de Spelen weleens even roerig kunnen worden
als het afgelopen jaar is geweest.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten