door: Joris Kleverlaan
Over een half uur moet ik deur uit, naar het vliegveld voor mijn vlucht naar Rio de Janeiro. Maar ik heb nog net genoeg tijd om nog even postzegels kopen voor de ansichtkaarten die ik in het museum heb gekocht. Google Maps laat zien dat er verschillende postkantoren in de buurt zijn, maar voor de zekerheid vraag ik Mariângela waar de dichtstbijzijnde is. Daar moet ze even over nadenken. Het hoofdkantoor is immers gesloten... o ja, hier rechts, rechts, drie blokken lopen, de heuvel op, daar zit er één. Mooi, ik de deur uit, rechtsaf, de heuvel op. Ik kom in een klein agentschap waar de diender van dienst mij hoofdschuddend vertelt dat hier alleen pakjes over de toonbank gaan. Waar je wel terecht kan? Zijn collega wijst me de weg. Drie blokken terug, links, rechts, zeker weten; daar kun je (nog) postzegels kopen.
Nog 15 minuten te gaan. Ik kom aan na drie blokken, links, rechts: het hoofdkantoor, dat, inderdaad, gesloten is, in ieder geval voor consumentenvragen. Ik vraag het, inmiddels licht gestresst, aan een bezorger die met zijn fiets voor het kantoor staat. Hij zegt dat het meevalt. Rechts, links, een meter of 300, daar moet het lukken.
Ik rechts, ik links, 300 meter. Nog 5 minuten. Ik loop het postkantoor binnen, waar een man of 20 op stoeltjes zit te wachten. Ik vrees het ergste: dat ik een nummertje moet trekken en achter aan mag sluiten. Maar dan heb ik een meevaller. De vriendelijke, oudere dame die over de nummertjes gaat vraagt wat ik wens. En, nadat ik uitleg dat ik voor postzegels kom, knipoogt ze. Ze zegt dat ze even zal kijken of haar collega João aanwezig is. Hij gaat immers over de postzegels, en dan hoef ik ook geen nummertje. En ja hoor: João is er. De vriendelijke dame draagt mij over aan de goede zorgen van João. Hij kijkt me aan, schraapt zijn keel en vraagt verwachtingsvol of ik slechts waardepapiertjes wil, of échte postzegels. Ik twijfel een moment. Eigenlijk, vanwege de tijd, dat eerste, maar door mijn verleden als postzegelverzamelaar ben toch ook wel nieuwsgierig wat er zou gebeuren als ik om ‘echte postzegels’ vraag.
![]() |
| Straatbeeld Curitiba |
Inmiddels is hij aan zijn derde map bezig, en breekt bij mij
het klamme zweet uit; kom ik hier nog wel weg? En mijn vliegtuig dan? Ik sla
ook maar een map open. Ik zie een enorm blad zegels met een waarde van 1,80 per
stuk. Een snelle rekensom, yes, dat past, het zijn er genoeg om vier kaarten
mee te bezegelen. Het wordt wel een volle envelop maar wat maakt het eigenlijk
ook uit? Inpakken en wegwezen, João! Maar deze dan? Leuk, kijk eens: de
stadions van de Olympische spelen? Vindt u sport niet leuk dan? Jawel, dat vind
ik zeker wel en zeg ietwat gehaast: prima doe die er ook maar bij. Voor de
verzameling thuis zullen we dan maar zeggen. Het betalen duurt nog even, en de
twee setjes moeten nog wel zorgvuldig in een precies-pas envelop worden
geschoven, maar dan is het ook klaar. Ik kan de deur uit, met grote passen,
de koffer sluiten, een Uber bestellen en als de wiedeweerga op weg naar Rio.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten