woensdag 8 oktober 2025

Kroniek II: Postzegels

door: Joris Kleverlaan 

Over een half uur moet ik deur uit, naar het vliegveld voor mijn vlucht naar Rio de Janeiro. Maar ik heb nog net genoeg tijd om nog even postzegels kopen voor de ansichtkaarten die ik in het museum heb gekocht. Google Maps laat zien dat er verschillende postkantoren in de buurt zijn, maar voor de zekerheid vraag ik Mariângela waar de dichtstbijzijnde is. Daar moet ze even over nadenken. Het hoofdkantoor is immers gesloten... o ja, hier rechts, rechts, drie blokken lopen, de heuvel op, daar zit er één. Mooi, ik de deur uit, rechtsaf, de heuvel op. Ik kom in een klein agentschap waar de diender van dienst mij hoofdschuddend vertelt dat hier alleen pakjes over de toonbank gaan. Waar je wel terecht kan? Zijn collega wijst me de weg. Drie blokken terug, links, rechts, zeker weten; daar kun je (nog) postzegels kopen.

Nog 15 minuten te gaan. Ik kom aan na drie blokken, links, rechts: het hoofdkantoor, dat, inderdaad, gesloten is, in ieder geval voor consumentenvragen. Ik vraag het, inmiddels licht gestresst, aan een bezorger die met zijn fiets voor het kantoor staat. Hij zegt dat het meevalt. Rechts, links, een meter of 300, daar moet het lukken.

Ik rechts, ik links, 300 meter. Nog 5 minuten. Ik loop het postkantoor binnen, waar een man of 20 op stoeltjes zit te wachten. Ik vrees het ergste: dat ik een nummertje moet trekken en achter aan mag sluiten. Maar dan heb ik een meevaller. De vriendelijke, oudere dame die over de nummertjes gaat vraagt wat ik wens. En, nadat ik uitleg dat ik voor postzegels kom, knipoogt ze. Ze zegt dat ze even zal kijken of haar collega João aanwezig is. Hij gaat immers over de postzegels, en dan hoef ik ook geen nummertje. En ja hoor: João is er. De vriendelijke dame draagt mij over aan de goede zorgen van João. Hij kijkt me aan, schraapt zijn keel en vraagt verwachtingsvol of ik slechts waardepapiertjes wil, of échte postzegels. Ik twijfel een moment. Eigenlijk, vanwege de tijd, dat eerste, maar door mijn verleden als postzegelverzamelaar ben toch ook wel nieuwsgierig wat er zou gebeuren als ik om ‘echte postzegels’ vraag.

Straatbeeld Curitiba
Mijn moment van twijfel doen João’s ogen glimmen. Hij zegt: één ogenblikje. Hij draait zich om en loopt naar de schuifkast achter hem en komt terug met een stuk of acht zwarte mappen. Hij vraagt: heeft u misschien iets speciaals in gedachten? Voor een ansichtkaart of eenvoudige envelop heb je 8,60 real nodig, dus we moeten vier keer 8,60 vinden. Terwijl mij een van de mappen wordt voorgelegd, zeg ik hem dat het voor de mensen thuis iets met Brazilië of zo wel leuk zou zijn. Dat blijkt zo’n algemene antwoord dat zo ongeveer alles wat er langs komt in aanmerking komt. Hij laat het keurig zien: hoofdsteden, dieren uit de Amazone, kunstzinnige uitingen van Braziliaanse kunstenaars, uitvindingen van Braziliaanse oorsprong. Ik denk aan de tijd (we lopen uit!), en wijs op goed geluk een serietje aan er aardig uit ziet. Dat valt João tegen, die zijn wel wat saai. Deze dan: leuke frissen kleuren, lekker Braziliaans.

Inmiddels is hij aan zijn derde map bezig, en breekt bij mij het klamme zweet uit; kom ik hier nog wel weg? En mijn vliegtuig dan? Ik sla ook maar een map open. Ik zie een enorm blad zegels met een waarde van 1,80 per stuk. Een snelle rekensom, yes, dat past, het zijn er genoeg om vier kaarten mee te bezegelen. Het wordt wel een volle envelop maar wat maakt het eigenlijk ook uit? Inpakken en wegwezen, João! Maar deze dan? Leuk, kijk eens: de stadions van de Olympische spelen? Vindt u sport niet leuk dan? Jawel, dat vind ik zeker wel en zeg ietwat gehaast: prima doe die er ook maar bij. Voor de verzameling thuis zullen we dan maar zeggen. Het betalen duurt nog even, en de twee setjes moeten nog wel zorgvuldig in een precies-pas envelop worden geschoven, maar dan is het ook klaar. Ik kan de deur uit, met grote passen, de koffer sluiten, een Uber bestellen en als de wiedeweerga op weg naar Rio. 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten