maandag 2 juli 2018

De ongelegene


Carlos drummond de Andrade
Door: Carlos Drummond de Andrade (vertaling: Joris Kleverlaan)

Uit: Futebol na Ponta da Lingua, uitgave van het Museu da Lingua Portuguesa (2014)


‘Wat ís dit voor zaak? Helpt dan niemand mij?’
Met de nodige moeite werd er geholpen; dat wil zeggen, men vertrouwde hem toe dat ze niet kónden helpen, vanwege de wedstrijd tegen Bulgarije.
‘Maar wat heb ik met de wedstrijd tegen Bulgarije te maken, kom op zeg? Staan de heren soms in de basisopstelling?’
Het afdelingshoofd kwam zwijgend dichterbij: ‘Excuus, meneer. Kunt u donderdag de 14de terug komen? Donderdag is er geen wedstrijd, dan zijn we allen wat rustiger.’
‘Maar er is mij beloofd dat mijn documenten vandaag zeker klaar zouden zijn.’
‘Dat is een fout geweest van een werknemer om dat te beloven. Hij was Bulgarije vergeten. Brazilië dat het opneemt tegen Bulgarije, en meneer vraagt ons personeel om zich bezig te houden met zoiets als documenten?’
‘Ja sorry hoor, de wedstrijd begint nog lang niet. Om 15 uur pas. Nu is het 12 uur ’s middags, en jullie zijn nu al bezig met aanmoedigen?’
‘Ach mijn beste, bekritiseert u onze goede mensen niet, die zich opofferen om de wedstrijd op kantoor te komen kijken, terwijl ze ook thuis konden blijven, of de straat opgaan en zo de emoties met het volk te beleven.’
‘Maar als ze dan naar het werk zijn gekomen, waarom werken ze dan niet?’
‘Omdat ze dat niet kunnen, begrijpt u? Omdat ze dat niet kunnen. Meneer begint een beetje onbeleefd te worden. Daarenboven, u zei al eerder dat u niets met de match tegen Bulgarije heeft! Brazilië is in oorlog – want het is een echte strijd, zoals de kranten schreven – op de Europese velden, en meneer, onverschillig, vervreemd, vraagt om een stukje papier, een persoonlijk dingetje, onbelangrijk, in het aangezicht van de belangen van het vaderland!’
‘Heel goed! Heel goed!’ Het personeel klapte in de handen.
‘Maar, sorry hoor, ik... ik...’
‘Ik weet al dat u excuses gaat maken. Dit is het moment niet voor afwijkingen. Dit is het moment voor nationale eenheid, hoofden en harten verenigd. Kom op, meneer, stoort u de geestelijke voorbereidingen van mijn collega’s niet, die zich bezig houden met een analyse van het Bulgaarse elftal en gezien hebben dat er mogelijkheden zijn om de verdediging van Pelé te frustreren. Denkt meneer aan een 4-2-4- opstelling, of toch liever een 4-3-3?’
‘Nu goed, ik... ik...’
‘Ik begrijp al dat meneer zich niet wil uitspreken. Het is ook veel verantwoordelijkheid. Ikzelf, zal niet snel mijn mening aan anderen opdringen. Het tumult dat meneer ziet is het resultaat van een grote mate van vrijheid van meningsuiting met welke de formatie van de selectie wordt bediscussieerd. Iedereen wil helpen, en daarom heeft eenieder een mening, welke niet altijd past met die van degene naast hem, maar het resultaat is bewonderenswaardig. De eenheid in verscheidenheid. In het uur van de strijd vormen we een eenheid.’
‘Alles goed en wel, maar als ik dan donderdag terug kom, zijn mijn documenten dan wel echt klaar?’
‘Ach, meneer is verschikkelijk, om op dit moment zelfs zijn papiertjes niet te vergeten! Zei ik donderdag? Jazeker, want dat is een vrije dag in het kampioenschap. Maar wacht eens, met vier wedstrijden op de woensdag, en de energie die daarmee gepaard gaan, hoe kan ik u dan toezeggen dat het gevraagde inderdaad klaar zal zijn? Wilt u iets van mij aannemen? Laten we redelijk blijven, mijn beste, probeert u mee te doen, probeert u een goede Braziliaan te zijn, kom terug in augustus, de tweede helft van augustus is het best, ná de feestelijkheden rond het derde kampioenschap.’
‘Uh, en als we niet winnen?’
‘Zeg niet zo iets onzinnigs! Eruit, arme! Scheer je weg, voordat ik mijn hoofd verlies en...’
Geagiteerde stemmen: ‘Er-uit! Er-uit!’
Een van de aanwezigen ging op een stoel staan en dirigeerde het koor:
‘Bra-zil! Bra-zil! Bra-zil!’
De eer van de fans was gered, en de ongelegene trok zich schielijk terug.

1 opmerking: