donderdag 10 juli 2014

Waarom statistiek geen WK voorspelt



Artikel geschreven 8 juli 2014 in reactie op een artikel van Haro Kraak genaamd  ‘Maken de datafetisjisten een einde aan de vrijblijvende voetbalanekdotiek?’, Volkskrant 8 juli. Niet geplaatst.


Haro Kraak prijst in zijn artikel de statistiek aan om nou eens een keer boven de anekdotiek en kroegpraat over voetbal uit te stijgen. Waarom wordt mij niet geheel duidelijk (wat is er nou leuker dan in de kroeg anekdotes over voetbal te praten), maar goed, als hij voor mij iets duidelijk maakt is dat statistiek en voetbal vooral achteraf goed samen gaan, maar weinig voorspellende waarde kent.
Ik zal u direct duidelijkheid geven: ik ben geen man van de statistiek, veel meer van de voetbalromantiek en zeker van WK-mystiek. Ik geloof in mysterieuze krachten in de sport, zeker wanneer die in teamverband wordt bedreven. Ik vind het dan ook ronduit bedenkelijk wanneer je, zoals Kraak doet, Bert van Marwijk afvalt wanneer die een inzicht deelt, jij vervolgens aankomt met een statistiek die dat inzicht teniet lijkt te doen. Je lijkt dan toch te suggereren dat Van Marwijk minder verstand van voetbal heeft dan wat kille cijfers. Laten we een ding vooropstellen: met statistiek haalt niemand nooit niet de WK-finale! 

Nu haalt Kraak in zijn artikel statisticus en blogger Matthijs Boeschoten aan. Boeschoten heeft eerder een theorie losgelaten op het WK waarin hij de financiële waarde van spelers bij elkaar optelt en dan de duurste selectie de grootste kans op de wereldtitel geeft. Nederland zou daarmee, voorafgaand aan het toernooi, natuurlijk geen enkele kans op de titel maken. Nu zit er in die methodiek een fout die ik wel kan duiden, maar niet kan staven, ik ben immers geen statisticus. Maar volgens mij worden spelers nog altijd verkocht, en dus van een prijskaartje voorzien, op basis van hun prestaties, en niet andersom. Dus, de spelers van een dure selectie hebben in het verleden meer gespresteerd dan die van andere selecties en zijn daarom duurder. Het is niet zo dat ze beter presteren omdat ze duurder zijn. Toegegeven, sommige spelers hebben behalve een sportieve, ook een marketingwaarde, maar die lijkt me op zichzelf ook niet van invloed op de prestatie.

Afgaande op Boeschoten zijn theorie (gepubliseerd in het boekje ‘Eu Sou Brasileiro’ van LM Publishers 2014) zouden er zeven landen de kwartfinale wel halen die het achteraf niet hebben gehaald, negen dus wel. Daarmee scoort zijn theorie niet beter, of slechter dan elke willekeurige deelnemer van een WK-pool. Wat zou een statisticus zeggen over een dergelijke uitkomst van zijn onderzoek? Lijkt me toch geen basis om de validiteit van je these mee aan te tonen.
Nogmaals, ik ben meer van de romantiek, maar laat me ook graag inspireren door statistiek. Mede naar aanleiding van het artikel van Boeschoten begon ik twee weken voor de WK met een blog over waarom Oranje van Spanje zou gaan winnen (link). Niet dat ik de 5-1 voorspeld had, verre van dat, maar wel omdat Oranje volgens mij een serieuze kans maakte om uiteindelijk ver in het toernooi door te dringen. Niet op basis van de waarde van spelers, maar op basis van selectie, coaching en teambuilding, maar ook historie, persoonlijk drijfveren en de mystiek die rond het WK hangt. Laten we hopen dat we komend weekend samen, statistici en romantici, een feestje te vieren hebben, maar dan wel in de kroeg, graag, en niet in het lab.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten