Artikel geschreven 8 juli 2014 in reactie op een artikel van Haro Kraak genaamd ‘Maken de datafetisjisten
een einde aan de vrijblijvende voetbalanekdotiek?’, Volkskrant 8 juli. Niet geplaatst.
Haro Kraak prijst in zijn artikel de statistiek aan om nou
eens een keer boven de anekdotiek en kroegpraat over voetbal uit te stijgen.
Waarom wordt mij niet geheel duidelijk (wat is er nou leuker dan in de kroeg anekdotes
over voetbal te praten), maar goed, als hij voor mij iets duidelijk maakt is
dat statistiek en voetbal vooral achteraf goed samen gaan, maar weinig
voorspellende waarde kent.
Ik zal u direct duidelijkheid geven: ik ben geen man van de
statistiek, veel meer van de voetbalromantiek en zeker van WK-mystiek. Ik
geloof in mysterieuze krachten in de sport, zeker wanneer die in teamverband
wordt bedreven. Ik vind het dan ook ronduit bedenkelijk wanneer je, zoals Kraak
doet, Bert van Marwijk afvalt wanneer die een inzicht deelt, jij vervolgens
aankomt met een statistiek die dat inzicht teniet lijkt te doen. Je lijkt dan
toch te suggereren dat Van Marwijk minder verstand van voetbal heeft dan wat
kille cijfers. Laten we een ding vooropstellen: met statistiek haalt niemand
nooit niet de WK-finale!
Nu haalt Kraak in zijn artikel statisticus en blogger
Matthijs Boeschoten aan. Boeschoten heeft eerder een theorie losgelaten op het
WK waarin hij de financiële waarde van spelers bij elkaar optelt en dan de duurste
selectie de grootste kans op de wereldtitel geeft. Nederland zou daarmee, voorafgaand
aan het toernooi, natuurlijk geen enkele kans op de titel maken. Nu zit er in
die methodiek een fout die ik wel kan duiden, maar niet kan staven, ik ben
immers geen statisticus. Maar volgens mij worden spelers nog altijd verkocht,
en dus van een prijskaartje voorzien, op basis van hun prestaties, en niet
andersom. Dus, de spelers van een dure selectie hebben in het verleden meer
gespresteerd dan die van andere selecties en zijn daarom duurder. Het is niet
zo dat ze beter presteren omdat ze duurder zijn. Toegegeven, sommige spelers
hebben behalve een sportieve, ook een marketingwaarde, maar die lijkt me op
zichzelf ook niet van invloed op de prestatie.
Afgaande op Boeschoten zijn theorie (gepubliseerd in het
boekje ‘Eu Sou Brasileiro’ van LM
Publishers 2014) zouden er zeven landen de kwartfinale wel halen die het achteraf
niet hebben gehaald, negen dus wel. Daarmee scoort zijn theorie niet beter, of
slechter dan elke willekeurige deelnemer van een WK-pool. Wat zou een
statisticus zeggen over een dergelijke uitkomst van zijn onderzoek? Lijkt me
toch geen basis om de validiteit van je these mee aan te tonen.
Nogmaals, ik ben meer van de romantiek, maar laat me ook
graag inspireren door statistiek. Mede naar aanleiding van het artikel van Boeschoten
begon ik twee weken voor de WK met een blog over waarom Oranje van Spanje zou
gaan winnen (link). Niet dat ik de 5-1 voorspeld had, verre van dat, maar wel omdat
Oranje volgens mij een serieuze kans maakte om uiteindelijk ver in het toernooi
door te dringen. Niet op basis van de waarde van spelers, maar op basis van
selectie, coaching en teambuilding, maar ook historie, persoonlijk drijfveren
en de mystiek die rond het WK hangt. Laten we hopen dat we komend weekend
samen, statistici en romantici, een feestje te vieren hebben, maar dan wel in
de kroeg, graag, en niet in het lab.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten