vrijdag 24 oktober 2025

Kroniek VII: Paulista

 door: Joris Kleverlaan

‘Ach, Paulista’. Terwijl we het tunneltje uitrijden en de Avenida Paulista opdraaien slaakt de taxi-chauffeur een zucht met een zweem van weemoed en liefde. Het is me ook een gezicht: die brede avenue vol auto’s en wandelaars met aan weerzijden een enorme rij aan indrukwekkende kantoorgebouwen. Het is de levensader van São Paulo, het economisch centrum van Brazilië en als er een Latijns-Amerikaanse Monopoly variant zou bestaan was het ongetwijfeld een van de duurste straten. Maar, anders dan de Kalverstraat is dat niet van oudsher het geval.

Er bestaat een foto van de Paulista uit het begin van de 20steeeuw. Het laat een nu onherkenbare laan zien, omzoomd met bomen, tuinen ter groote van stadsparken en een aantal prachtige villa’s aan weerzijden waar de elite van die tijd woonde. Er werden bakken met geld verdiend dankzij de koffie-boom en São Paulo groeide van een slaperig provinciaal stadje met zo’n 70.000 inwoners naar zo’n 10 miljoen inwoners een eeuw later. Een enkele villa staat er nog. Doods, leeg, onder de graffiti, het detoneert volledig met de omgeving.

Overigens is die economische boom en explosie aan inwonersaantallen São Paulo goed aan te zien. Het is een oneindige hoeveelheid huisjes en flatgebouwen die, zo lijkt het althans, zonder enige vorm van stadsplanning bij elkaar zijn gebouwd. Alsof je een doos neemt met Monopoly-huisjes en -hotels en die hupakee over een hobbelig stuk grond uitstrooit. De wegen kronkel je er met een potlood tussendoor en klaar ben je. Je kunt hier eindeloos wandelen, of erger: in een dikke stroom verkeer zitten en urenlang de stad niet uit komen. Gisteren stond ik op zo’n hoog gebouw, in de buurt van de Paulista en werkelijk, aan beide zijden uitkijkend staat het tot aan de horizon vol met hoogbouw.

São Paulo is gebouwd om te werken en geld te verdienen. Het verschil met Rio is dan ook misschien wel als het verschil tussen Amsterdam en Rotterdam, maar dan op een  schaal van 1:10. De één heeft een groots verleden, is prachtig en daardoor een beetje gemakzuchtig. De ander is gebouwd door de mouwen op te stropen. Een ander niet onbelangrijk detail: São Paulo heeft geen strand, weinig park en daardoor heeft het decennialang aan vertier ontbroken. En dus werd er gewerkt. Maar zo langzamerhand haalt de een de ander in. Het vertier wordt geboden in een 24-uurs economie aan cultureel aanbod. Je kunt er dagen doorbrengen waarin je je volledig onderdompelt in alles wat creativiteit zo mooi en bijzonder maakt. Musea, culturele centra, vele theaters, filmhuizen, literaire avonden; er is zoveel te doen en te zien, én tussendoor te genieten van geweldig lekker eten. Als je daarbij het verkeer en het gebrek aan stadsplanning voor lief neemt, wordt je vanzelf een beetje verliefd op São Paulo. En verzucht je misschien ook, straks, bij het verlaten van de stad: ‘Ach, Paulista’.


 
Deel van het kunstwerk dat kunstenaar Vik Munoz maakte van afval. 360 graden zicht op SP vanaf Farol Santander.

vrijdag 17 oktober 2025

Kroniek VI: Brazilsplaining

 door: Joris Kleverlaan

Laatst overkwam het me toch weer. Ik zat met een alleraardigst gezelschap te dineren. Stuk voor stuk mensen uit de literaire wereld hier in Brazilië. De gespreksonderwerpen vlogen alle kanten op, waarbij het regelmatig gebeurde dat de eerwaarde cultuurcriticus naast mij vroeg of ik bekend was met onderwerp zus of zo, of dat ik die en die personen kende. Vaak was dat het geval en keuvelden we gezellig daarover door. Maar op het moment dat ik aangaf niet op de hoogte te zijn van het besproken onderwerp, schudde hij even met zijn armen alsof het overhemd onder zijn jasje niet goed zat, schraapte hij de keel en begon zijn volgende zin met: ‘wel, het volgende…’. Soms stak hij daarbij ook een wijsvinger op en gaf hij blijk van hoe goed hij in het onderwerp thuis was en lichtte toe hoe dingen in Brazilië nou ‘echt’ in elkaar zitten.

Het is een scene die mij de afgelopen decennia in Brazilië zo vaak overkwam; dat mensen, mannen vooral, mij dachten uit te moeten gaan leggen hoe het hier ‘echt’ in elkaar steekt. In het begin was ik daar dankbaar om, natuurlijk, want hoeveel wist ik zelf nou eigenlijk. Langzamerhand ging het ook wel eens irriteren. Bijvoorbeeld omdat ik aangaf er weldegelijk weet van te hebben, maar er toch uitgelegd moest worden. Of, omdat ik er later achter kwam dat diegene het maar uit de duim had gezogen. Maar dat is dus helemaal niet belangrijk. Het gaat erom dat je even met veel bravoure de wijsneus kunt uithangen. En, vooruit, misschien irriteert het me ook wel omdat ik zelf man ben, en een leeftijd begin te krijgen die deze heren op dat moment ook hadden én bovendien voldoende kennis van Brazilië denk te hebben dat het overbodig maakt om mij op deze wijze toe te spreken. Met dat laatste in gedachte: ik kan niet geheel uitsluiten dat ik mijzelf ook wel eens schuldig aan maak aan dit soort gedrag.

Het doet me erg denken aan een Engelse term die voor iets soortgelijks is bedacht: ‘Mansplaining’. Volgens Google ‘een term voor een man die iets op een betuttelende, overmoedige en neerbuigende manier uitlegt aan een vrouw, vaak over een onderwerp waar zij al meer over weet.’ Dus de term is niet geheel passend op wat ik hier boven beschrijf; het is immers niet een vrouw, maar aan de niet-Braziliaan. Mag ik daarom een voorstel doen voor een nieuwe term? Laten we het Brazilsplaining noemen. Een term voor een Braziliaanse man die iets op een overtuigende, overmoedige en vaak overbodige manier uitlegt aan een niet-Braziliaan, en niet noodzakelijkerwijs waar is. En ik bedoel het niet flauw of neerbuigend. Het is meer een gedrag dat me op is gevallen en waar ik zelfs de waarde nog wel van in zie. Het is vaak gewoon een goedbedoelde manier om buitenstaanders deelgenoot te maken van de razend ingewikkelde Brazilian way of living.

woensdag 15 oktober 2025

Kroniek V: Tot wanneer ben je in Rio?

door: Joris Kleverlaan

Rio de Janeiro heeft een bijnaam: A cidade maravilhosa, de prachtige stad. En daar is niets aan gelogen. Het ligt deels aan een royale ronde baai, deels aan de Atlantische Oceaan. De granieten heuvels, stijl en schijnbaar perfect gerond, staan tot in de stad. De Portugese koloniale stijl, sinds de onafhankelijkheid overgegaan in hoofdstedelijke grandeur zorgt in bepaalde wijken voor een klassieke uitstraling, terwijl andere wijken juist weer modernistische hoogbouw laten zien. Het geheel is grillig, eindeloos, en groen. Al met al krijg je de indruk dat je om het even welke hoek kunt omslaan om er een fotogeniek plaatje te kunnen schieten.

Toch is er iets wat mij elke keer weer opvalt. De stad heeft iets dat in mij een gevoelige snaar raakt. Iets dat, nu ik de stad voor de vierde of vijfde keer verlaat, wederom aangrijpt. Laat ik proberen te omschrijven wat dat is.

straatbeeld Rio
Bij het schieten van die foto’s is er iets dat je op beeld niet mee krijgt; de stank van pis en poep. Zoveel mensen die op straat leven en verblijven, die moeten ergens hun behoefte doen en laten het op elke willekeurig plekje lopen. De strontgeur is meestal rond parken en perkjes. En vergis je niet: straathonden zijn er niet of nauwelijks meer, en de hondenpoep wordt door baasjes keurig opgeruimd. Het is mensenkak.

Een ander irritant trekje van de carioca is het accent. Op zich natuurlijk niets mis mee, maar het maakt ze (voor mij, maar feitelijk voor iedere buitenlander bij gebrek aan een basisniveau Engels of andere talen bij de inwoners) in het dagelijks bestaan uiterst moeilijk te verstaan. Is dat dan aanleiding om zich aan te passen aan de buitenlander die ze in hun eigen taal aanspreekt (met een accent)? Liever niet. Daar waar het in het zuidelijk Brazilië aanleiding is voor verrassing, interesse en indien nodig nog een keer herhalen, is de carioca eerder geïrriteerd dat je hem of haar niet de eerste keer kunt volgen. Kijk, dit is vooral opvallend op het moment dat dodelijk verveeld beveiligingspersoneel hun frustratie denkt te kunnen botvieren door te snauwen dat je een meter naar links moet lopen, maar ook in winkels, bars en met willekeurige mensen in het openbaar vervoer gebeurt het. Kortaf, een kort lontje, weinig geduld met mensen die je prachtige stad komen bewonderen.

Ook zoiets: loop op je de stoep, komen er drie, vier mensen naast elkaar aanlopen. Denk je toch niet dat carioca’s een centimeter aan de kant gaan? Ze lopen het liefst óver je heen. Oversteken bij een zebrapad? Je bent je leven niet zeker; de automobilist geeft een poepie extra gas. Bij de uitgang van het winkelcentrum is personeel ingehuurd om auto's uit de parkeergarage tot stilstand te manen als er mensen willen oversteken.

Ik heb verschillende mensen benaderd die ik van eerdere ontmoetingen kende om iets af te spreken. Opvallend vaak was het antwoord: ‘tot wanneer ben je in Rio?’ Zo langzamerhand kom ik er achter dat dit geen vraag is om in de eigen agenda te kijken wanneer de afspraak gemaakt kan worden. Nee, het is een vraag zodat ze weten op welke dag ze je een berichtje kunnen sturen: ‘Wat jammer dat het niet gelukt is’.

Nu ik dit zo opschrijf bekruipt me het gevoel dat alles wat er moois is aan Rio, er al van heel lang geleden is. Van geologische tijdperken ver voor de mensheid. Van de tijden toen het nog de hoofdstad van Brazilië was (tot 1960), dan wel van de tijd dat het nog de culturele hoofdstad was. Dat laatste moment is moeilijk aan te wijzen, maar het zal zo rond 2010 zijn geweest dat São Paulo cultureel leidend werd. Professor Fischer zei het mooi: ‘ooit gingen jonge, ambitieuze schrijvers uit de provincie (hij komt zelf uit Porto Alegre!) naar Rio, zoals ze nu naar São Paulo gaan.’ Hij voegde er trouwens aan toe dat veel jonge schrijvers nu juist heel bewust in hun eigen stad en regio blijven. Het regionale karakter wordt gewaardeerd, en kijk alleen eens naar de literaire rijkdom die Curitiba en Porto Alegre in zich bergen!

Mijn inziens is Rio de Janeiro vergane glorie, met inwoners die nog denken dat ze het middelpunt der aarde zijn. Als ze omhoog en om hen heen kijken is dat nog wel begrijpelijk, maar laat ze eens binnenin zichzelf kijken. Jammer dat introspectie nou net niet het grootste talent is van de carioca. Dus, tot wanneer ik in Rio ben? Ik ben blij dat ik er weg mag. Ik ga naar São Paulo. Eens  kijken hoe het in de nieuwe culturele en economische hoofdstad van Brazilië is!!