door: Joris Kleverlaan
‘Ach, Paulista’. Terwijl we het tunneltje uitrijden en de Avenida Paulista opdraaien slaakt de taxi-chauffeur een zucht met een zweem van weemoed en liefde. Het is me ook een gezicht: die brede avenue vol auto’s en wandelaars met aan weerzijden een enorme rij aan indrukwekkende kantoorgebouwen. Het is de levensader van São Paulo, het economisch centrum van Brazilië en als er een Latijns-Amerikaanse Monopoly variant zou bestaan was het ongetwijfeld een van de duurste straten. Maar, anders dan de Kalverstraat is dat niet van oudsher het geval.
Er bestaat een foto van de Paulista uit het begin van de 20steeeuw. Het laat een nu onherkenbare laan zien, omzoomd met bomen, tuinen ter groote van stadsparken en een aantal prachtige villa’s aan weerzijden waar de elite van die tijd woonde. Er werden bakken met geld verdiend dankzij de koffie-boom en São Paulo groeide van een slaperig provinciaal stadje met zo’n 70.000 inwoners naar zo’n 10 miljoen inwoners een eeuw later. Een enkele villa staat er nog. Doods, leeg, onder de graffiti, het detoneert volledig met de omgeving.
Overigens is die economische boom en explosie aan inwonersaantallen São Paulo goed aan te zien. Het is een oneindige hoeveelheid huisjes en flatgebouwen die, zo lijkt het althans, zonder enige vorm van stadsplanning bij elkaar zijn gebouwd. Alsof je een doos neemt met Monopoly-huisjes en -hotels en die hupakee over een hobbelig stuk grond uitstrooit. De wegen kronkel je er met een potlood tussendoor en klaar ben je. Je kunt hier eindeloos wandelen, of erger: in een dikke stroom verkeer zitten en urenlang de stad niet uit komen. Gisteren stond ik op zo’n hoog gebouw, in de buurt van de Paulista en werkelijk, aan beide zijden uitkijkend staat het tot aan de horizon vol met hoogbouw.
São Paulo is gebouwd om te werken en geld te verdienen. Het verschil met Rio is dan ook misschien wel als het verschil tussen Amsterdam en Rotterdam, maar dan op een schaal van 1:10. De één heeft een groots verleden, is prachtig en daardoor een beetje gemakzuchtig. De ander is gebouwd door de mouwen op te stropen. Een ander niet onbelangrijk detail: São Paulo heeft geen strand, weinig park en daardoor heeft het decennialang aan vertier ontbroken. En dus werd er gewerkt. Maar zo langzamerhand haalt de een de ander in. Het vertier wordt geboden in een 24-uurs economie aan cultureel aanbod. Je kunt er dagen doorbrengen waarin je je volledig onderdompelt in alles wat creativiteit zo mooi en bijzonder maakt. Musea, culturele centra, vele theaters, filmhuizen, literaire avonden; er is zoveel te doen en te zien, én tussendoor te genieten van geweldig lekker eten. Als je daarbij het verkeer en het gebrek aan stadsplanning voor lief neemt, wordt je vanzelf een beetje verliefd op São Paulo. En verzucht je misschien ook, straks, bij het verlaten van de stad: ‘Ach, Paulista’.
